Over palourde
De palourde, ook wel tapijtschelp genoemd, is een kleine eetbare schelp met een stevige, zoetige en ietwat zilte smaak. De schelp heeft een opvallend streep- en ruitpatroon dat doet denken aan een tapijt. Palourdes worden veel gebruikt in de Italiaanse keuken, onder andere in pasta alle vongole, maar ook gestoomd met witte wijn en knoflook. De palourde is de Europese wilde tegenhanger van de Aziatische venusschelp en wordt beschouwd als de meest smaakvolle van de twee.
Geschiedenis
De palourde wordt al sinds de oudheid gegeten aan de kusten van West-Europa en de Middellandse Zee. De Romeinen waren al dol op dit schelpdier en noemden het ‘veneris concha’, de schelp van Venus. Door overbevissing van de wilde palourde wordt tegenwoordig vooral de Aziatische venusschelp gekweekt, maar de wilde Europese palourde blijft de meest gewaardeerde schelp voor liefhebbers.
Verschil tussen palourde/tapijtschelp en venusschelp
Een palourde is eigenlijk een soort venusschelp. Het verschil zit vooral in hoe de namen in de handel en keuken worden gebruikt. Venusschelp is een bredere benaming voor verschillende schelpdieren uit de familie Veneridae. Vaak bedoelt men in de viswinkel kleinere soorten, zoals de Italiaanse vongole.
Palourde is de Franse handelsnaam die meestal gebruikt wordt voor de tapijtschelp (Ruditapes decussatus) of vergelijkbare soorten. Palourdes zijn doorgaans groter, steviger en vleziger dan de kleine vongole.
Qua smaak zijn beide zacht, zilt en licht zoet. Een palourde heeft door zijn formaat wat meer vlees en een stevigere beet.
Voor gerechten zoals spaghetti alle vongole worden meestal kleinere venusschelpen/vongole gebruikt. Palourdes zijn erg geschikt om kort te bakken, te stomen of met witte wijn te bereiden.