Klassiek Belgisch ovengerecht: zacht witloof gerold in ham, overgoten met romige bechamelsaus en gegratineerd met kaas. Perfect als hartverwarmend hoofdgerecht met puree of brood.
Witloof in de oven
Gemiddeld
Voorbereiding: 20
Kooktijd: 30
Porties: 4
Ingrediënten
- 8 stronkjes witloof
- 8 sneden gekookte ham
- 30 g boter
- 30 g bloem
- 500 ml melk
- 100 g geraspte kaas (Gruyère of Emmentaler)
- 1 snuifje nootmuskaat
- peper en zout
Bereidingswijze
-
1
Maak het witloof schoon, verwijder de harde kern onderaan met een mesje en spoel kort.
-
2
Blancheer het witloof 8 tot 10 minuten in licht gezouten water. Giet af en laat goed uitlekken, druk zachtjes het vocht eruit.
-
3
Verwarm de oven voor op 180°C.
-
4
Rol elk stronkje witloof in een snede ham en schik ze naast elkaar in een ingevette ovenschaal.
-
5
Smelt de boter, voeg de bloem toe en laat 1 minuut meebakken zonder te kleuren.
-
6
Giet de melk er beetje bij beetje bij, al roerend met een garde, tot een gladde bechamelsaus. Laat zachtjes binden.
-
7
Kruid de saus met peper, zout en een snuifje nootmuskaat. Roer de helft van de kaas erdoor.
-
8
Giet de saus over het witloof, bestrooi met de rest van de kaas en gratineer 25 tot 30 minuten tot goudbruin en bubbelend.
Tip: Laat het geblancheerde witloof goed uitlekken en dep droog — zo wordt de saus niet waterig. Voor extra smaak kun je een lepel mosterd of een scheutje wit bier door de bechamelsaus roeren.